
Leven in Vlaanderen – Vlaanderen en werk
Investeren in onderzoek en innovatie is een absolute voorwaarde die moet toelaten
om de verworven intellectuele voorsprong, die het Vlaamse onderwijs biedt, te bestendigen.
g
| Ons actiepunt: Meer steun voor innovatieve starters
|
Economie is de hoeksteen van elke moderne Westerse entiteit. Hoe groot of hoe klein deze ook is. Welvaart en welzijn worden gebouwd op economische meerwaardecreatie. Geen sociale programma’s, geen infrastructuurwerken, geen gezondsheidszorg, geen goedkope woningleningen, geen projecten voor de snel vergrijzende gemeenschap zijn mogelijk als Vlaanderen geen centen heeft om dit te financieren. De overheid is geen productieve entiteit op zich. Zij consumeert. Uw belastingen. Op een verantwoorde wijze. Daar zien wij op toe. Jawel, inkomsten worden grotendeels binnen gebracht via belastingen. Alleen een gezonde economie laat ons toe om de projecten die Vlaanderen voor ogen heeft, te realiseren.
Kapper en bakker
We maken graag een onderscheid tussen de primaire economische spelers en de secundaire of afgeleide economische agenten. Met de eerste categorie bedoelen wij deze marktdeelnemers die door export meerwaarde creëren die als een surplus binnen de economische en juridische omgeving die Vlaanderen is, wordt binnengebracht. De secundaire economie zijn de verstrekkers van diensten die binnen de Vlaamse entiteit zelf ageren en die via het multiplicatoreffect deelnemen aan het economische leven.
Dit klinkt ingewikkeld. Maar bij de tweede categorie kan je denken aan een kapper of een bakker, terwijl bij de eerste alle bedrijven en/of personen kunnen gerekend worden die iets met export te maken hebben.
Het is duidelijk dat we het hier hebben over het echte bindweefsel van Vlaanderen. Hun succes bepaalt in welke mate u en ik het hier goed hebben in Vlaanderen. Daarom ook dat speciale aandacht moet uitgaan naar deze economische entiteiten. Hier spelen een heleboel factoren waarbij de gemeenten en steden een voorname rol kunnen spelen. Wij denken aan vestiging, tewerkstelling, uitrustingsfaciliteiten, kosten, enz…
Lagere instapdrempel tot ondernemen
Belangrijk is dat ondernemingszin en –mogelijkheden gefaciliteerd worden en gestimuleerd. Ook al werd ook hier al hard aan gewerkt, toch lijkt het dat de instapdrempel nog steeds vervaarlijk hoog ligt en startende ondernemers worden geconfronteerd met een resem van kosten en voorwaarden die veel geld kosten of tot frustratie leiden. Oprichtingskosten via een notariële akte lijken niet meer van deze tijd. ook startende zelfstandigen worden al te veel beknot in hun doen en laten.
Kleinschaligheid
Het is duidelijk dat we hier het belang van de lokale gemeenschap niet genoeg kunnen onderlijnen. Opstarten is synoniem van kleinschaligheid. Is synoniem van weinig startkapitaal. Is synoniem van geconfronteerd worden met een heel dure achterliggende administratie van indirecte kosten. Vele mensen die een goed ondernemingsidee hebben en er voor willen gaan, worden hierdoor afgeschrikt. En zetten de stap niet. Nochtans brengt een passend begeleidingskader direct zichzelf op omdat meer mensen de sprong naar het ondernemerschap zullen wagen.
Bijberoep
Nog meer Vlamingen willen wel een zelfstandige activiteit uitoefenen, maar dit eerst eens ‘proberen’. In bijberoep, bijvoorbeeld. De mogelijkheden ter zake zijn ofwel amper bekend ofwel haast onbestaande. De kosten waarmee je geconfronteerd wordt swingen in verhouding tot de activiteit die je wil uitproberen onmiddellijk de pan uit, en dit op een onverantwoorde wijze. De broodnodige begeleiding is amper voorzien. Die is niet alleen nodig om een initiatief te doen slagen maar is tevens welkom als het opzet niet lukt. Hoe kan afgebouwd worden, hoe kan teruggekeerd worden naar loonverband, wat werd geleerd en wat niet... Wij pleiten voor een lokale begeleiding die meer is dan alleen maar een ervaren gidsenhandleiding doorheen de kronkels van de betreffende administratie.
Onze aandachtspunten
Het economisch bindweefsel moet worden verstevigd, de infrastructuur verder uitgebouwd. Steden en gemeenten moeten in staat zijn om bedrijven aan te trekken die duurzame tewerkstelling voorstaan enerzijds, maar anderzijds ook over slagkracht beschikken om startersbedrijven te begeleiden (bijvoorbeeld in een bedrijvencentrum). Areaal moet beschikbaar gemaakt worden, de ruimte echter moet efficiënt beheerd worden. Ook hier kunnen steden en gemeenten, die het dichst bij de basis staan een belangrijke rol spelen.
De lasten moeten logischer. Iemand met een zelfstandige activiteit in bijberoep mag niet aan het zelfde regime onderworpen worden als iemand die deze activiteit in hoofdberoep uitoefent. Omdat landbouw nog slechts een klein percentage van het gerealiseerde product uitmaakt van Vlaanderen, wordt aan deze bedrijfstak zelden aandacht besteed. Dit geeft aanleiding tot monopolisering en nog ergere praktijken van bepaalde standenorganisaties, waarbij de grens wat kan en niet kan heel vaag geworden is. Niet iedereen in deze sector krijgt gelijke kansen. Integendeel. Op zijn minst is het een plicht om ervoor te zorgen dat de lat voor iedereen weer gelijk gelegd wordt, de macht van sommige organisaties wordt ingedijkt door een betere controle. Deze wantoestanden moeten eruit.
Investeren in onderzoek en innovatie is een absolute voorwaarde die moet toelaten om de verworven intellectuele voorsprong, die het Vlaamse onderwijs biedt, te bestendigen. Teveel potentieel gaat nu verloren. Haal de universitairen weg vanachter een bankloket. Daarvoor moet hij eerst en vooral gemotiveerd worden.
Een lokaal economisch beleid kan bijdrage tot een vereenvoudiging van procedures en een betere en meer intensieve begeleiding.
De haven van Antwerpen is niet het ‘alles’. Het economische bindweefsel vereist de gebruikmaking van alle Vlaamse haveninfrastructuur en het beschikbare hinterland.
|