| Minister
Renaat Landuyt (sp.a) blijft bij het standpunt van zijn voorganger
Bert Anciaux dat er geen onderborden mogen aangebracht worden
op het verkeersbord dat het begin van een zone 30 aanduidt.
Die onderborden zouden volgens volksvertegenwoordiger Filip
Anthuenis (VLD) de periodes kunnen aanduiden waarop de zone
30 van toepassing is.
De
minister formuleerde zijn antwoord in de kamercommissie Infrastructuur
na een vraag van Anthuenis. Die betreurt het antwoord van
de minister. ‘Op bepaalde doorgangsbanen heeft het geen zin
om een permanente zone 30 af te bakenen', stelt Anthuenis.
‘Daar kan men overschakelen op een periodieke zone 30 die
bijvoorbeeld enkel tijdens de schooluren geldt. Dat zou kunnen
aangeduid worden op onderborden, maar dat is alsnog niet toegelaten.
De gemeenten – die verplicht zijn tegen 2005 al hun schoolomgevingen
in te richten als zone 30 - worden daardoor op kosten gejaagd
want zij zullen enkel elektrische variabele signalisatieborden
kunnen aanbrengen. Een dergelijk bord kost al gauw 5.000 euro.
Ik dacht dat er een doorbraak op komst was in dit dossier
aangezien er binnen de sp.a een wetsvoorstel was ingediend
dat onderborden toch zou toelaten. Maar in tegenstelling tot
eerdere berichten blijkt de minister blijkt nu toch niet achter
dat voorstel van zijn eigen partij te staan.'
Hieronder
kan u het volledige debat nalezen.
Filip
Anthuenis (VLD): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, mijn vraag betreft de rechtsonzekerheid waarin
sommige steden en gemeenten zich bevinden. Deze vraag is voor
de steden
en gemeenten belangrijk en het feit dat de heer Ansoms de
vraag twee keer indient, is daarvan
wel het bewijs. Mijnheer Ansoms, er is goed nieuws. Hetgeen
vóór de zomer is gebeurd, raakt de minister
niet want hij was er immers niet. Ik stelde vóór
het zomerreces een vraag aan toenmalig federaal minister van
Mobiliteit, de heer Anciaux, waarbij ik hem erop attent maakte
dat met de huidige stand van de wetgeving het verkeersbord
F4a dat het begin van een zone-30 aanduidt, niet mag worden
aangevuld met onderborden. In de praktijk is het niet altijd
realistisch dat die zones-30 permanent moeten zijn aan de
schoolomgeving. Onderborden zouden dus bijvoorbeeld de tijdstippen
kunnen aangeven wanneer die zone-30 van kracht is, bij voorkeur
met vermelding van het begin en het einde van de schooluren.
Toenmalig minister van Mobiliteit bleef bij zijn standpunt
dat onderborden aan het zone-30-bord verboden blijven. Ik
ga hem niet volledig citeren, maar met een klein traantje
in zijn ooghoeken zei hij dat het helemaal niet ging. Als
de tijdelijke zones-30 moeten worden aangegeven met variabele
signalisatie, wordt dit een zeer dure zaak. Men komt al snel
aan 5.000 euro per bord als men de elektrische leidingen erbij
rekent. Er is echter licht aan het einde van de tunnel. Mijn
verwondering was groot toen recent enkele collega's van de
sp.a-fractie in het Parlement een wetsvoorstel indienden waarbij
onderborden nu wel zouden worden toegelaten. Mijnheer de minister,
mijn verwondering was nog groter toen u liet blijken dit voorstel
genegen te zijn. Voor alle duidelijkheid, ik ben het ook volledig
eens met dat voorstel en zal het indien nodig voor de volle
100% steunen. Het was misschien iets galanter geweest indien
uw sp.a-collega's dat wetsvoorstel aan mij ter ondertekening
hadden voorgelegd, maar dat doet nu niets terzake. Er is echter
een probleem. De steden en gemeenten kregen de opdracht de
schoolomgevingen die zich situeren aan wegen die zij beheren
vóór het begin van het schooljaar 2005 te signaliseren
als zone-30. Veel gemeenten zijn momenteel bezig met het opmaken
van hun begroting. Het zou gek zijn mocht het wetsvoorstel
pas binnen enkele maanden zou worden goedgekeurd. Dan is immers
alles al voorbij. De gemeenten hebben op dit moment behoefte
aan duidelijkheid. Een aantal gemeenten heeft ook reeds in
die tijdelijke borden geïnvesteerd. Mijn vraag is eenvoudig.
Kunt u duidelijkheid verschaffen aan de gemeenten, eventueel
per omzendbrief of op een andere manier, wat er gaat gebeuren
zodat zij hun begroting op een deftige manier kunnen opstellen.
Ik heb nog een aantal punctuele vragen, maar ik denk dat ik
het hierbij kan laten.
Minister Renaat Landuyt: Het signaal dat
ik heb gegeven na de bekendmaking van het wetsvoorstel, is
dat ik opensta voor vereenvoudiging waar vereenvoudiging kan.
Maar hoe kan men de variabiliteit aangeven? Kan men dat alleen
met een elektronisch bord of is er een andere veilige methode?
De suggestie van een onderbord is hier vlug gedaan. Ik ben
daar in principe niet tegen, maar ik hoop dat iedereen tijd
genoeg heeft om de uren te lezen die op het bord staan. Daar
begint de discussie dan al. In die zin is mijn houding vandaag
dat ik het de gemeenten niet moeilijker zal maken dan het
al is. Ik zal van de regels afblijven, tenzij er een ruime
consensus is bij de gespecialiseerde wetgevers voor een aantal
vereenvoudigingen. Ik sta dus open voor vereenvoudigingen
in de zone 30. U mag mij niet verkeerd begrijpen, ik ben een
groot voorstander van de zone 30. Ik vermoed dat de Mijnheer
Anthuenis, hoe open ik er ook voor sta om de zone 30 op een
voor de gemeenten goedkopere manier te realiseren, de methode
blijkt niet zo maar voorhanden te zijn.
Filip
Anthuenis (VLD): Mijnheer de minister, het is de
bedoeling om hierover duidelijkheid te krijgen voor de gemeenten.
Er is geen discussie dat in een schoolomgeving zone 30 van
toepassing moet kunnen zijn. De vraag hier is of het realistisch
is om op bepaalde doorgangsbanen een zone 30 af te bakenen
als er geen les is of als de school bezig is. U zegt zelf
dat het beter is om een tijdelijke zone te maken. De gemeenten
zijn bij ministerieel besluit verplicht om tegen 1 september
2005 van alle schoolomgevingen zone 30 te maken. Aangezien
zij hun begrotingen de komende twee maanden moeten opstellen,
moeten zij duidelijkheid krijgen. Ik heb begrepen dat er in
die periode geen wetgevend initiatief tot stand zal komen,
noch in het Parlement, noch in de regering. Dat betekent wel
dat de gemeenten, als zij tijdelijke zones willen, zware investeringen
moeten doen. Ik ben daartegen. Hoe dan ook is het in tegenstelling
tot het voorstel van de sp.a. Dat speelt hier nu geen rol.
De vraag is er vooral een naar duidelijkheid. Mijnheer de
minister, heb ik uw verklaringen goed samengevat?
Minister Renaat Landuyt: Ik wil wel, maar
ik krijg geen praktisch middel om het te realiseren. Ik sta
open voor goede suggesties. Dat is mijn houding. Ik ben op
dit vlak principieel: men hoeft geen extra kosten te maken
waar het niet nodig is. In uw voorbeeld van een grote doorgangsweg,
mijnheer Anthuenis, moet men zeker met een elektronisch bord
goed signaleren dat de zone 30 geldt. Al is het een grote
inspanning, het doel is wel belangrijk: de veiligheid van
de kinderen.
Bron:
Integraal verslag Commissie voor Infrastructuur
|