20 oktober: Commissie voor Infrastructuur
Anthuenis wil onderborden voor zone 30

Minister Renaat Landuyt (sp.a) blijft bij het standpunt van zijn voorganger Bert Anciaux dat er geen onderborden mogen aangebracht worden op het verkeersbord dat het begin van een zone 30 aanduidt. Die onderborden zouden volgens volksvertegenwoordiger Filip Anthuenis (VLD) de periodes kunnen aanduiden waarop de zone 30 van toepassing is.

 

De minister formuleerde zijn antwoord in de kamercommissie Infrastructuur na een vraag van Anthuenis. Die betreurt het antwoord van de minister. ‘Op bepaalde doorgangsbanen heeft het geen zin om een permanente zone 30 af te bakenen', stelt Anthuenis. ‘Daar kan men overschakelen op een periodieke zone 30 die bijvoorbeeld enkel tijdens de schooluren geldt. Dat zou kunnen aangeduid worden op onderborden, maar dat is alsnog niet toegelaten. De gemeenten – die verplicht zijn tegen 2005 al hun schoolomgevingen in te richten als zone 30 - worden daardoor op kosten gejaagd want zij zullen enkel elektrische variabele signalisatieborden kunnen aanbrengen. Een dergelijk bord kost al gauw 5.000 euro. Ik dacht dat er een doorbraak op komst was in dit dossier aangezien er binnen de sp.a een wetsvoorstel was ingediend dat onderborden toch zou toelaten. Maar in tegenstelling tot eerdere berichten blijkt de minister blijkt nu toch niet achter dat voorstel van zijn eigen partij te staan.'

Hieronder kan u het volledige debat nalezen.

 

Filip Anthuenis (VLD): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, mijn vraag betreft de rechtsonzekerheid waarin sommige steden en gemeenten zich bevinden. Deze vraag is voor de steden en gemeenten belangrijk en het feit dat de heer Ansoms de vraag twee keer indient, is daarvan wel het bewijs. Mijnheer Ansoms, er is goed nieuws. Hetgeen vóór de zomer is gebeurd, raakt de minister niet want hij was er immers niet. Ik stelde vóór het zomerreces een vraag aan toenmalig federaal minister van Mobiliteit, de heer Anciaux, waarbij ik hem erop attent maakte dat met de huidige stand van de wetgeving het verkeersbord F4a dat het begin van een zone-30 aanduidt, niet mag worden aangevuld met onderborden. In de praktijk is het niet altijd realistisch dat die zones-30 permanent moeten zijn aan de schoolomgeving. Onderborden zouden dus bijvoorbeeld de tijdstippen kunnen aangeven wanneer die zone-30 van kracht is, bij voorkeur met vermelding van het begin en het einde van de schooluren. Toenmalig minister van Mobiliteit bleef bij zijn standpunt dat onderborden aan het zone-30-bord verboden blijven. Ik ga hem niet volledig citeren, maar met een klein traantje in zijn ooghoeken zei hij dat het helemaal niet ging. Als de tijdelijke zones-30 moeten worden aangegeven met variabele signalisatie, wordt dit een zeer dure zaak. Men komt al snel aan 5.000 euro per bord als men de elektrische leidingen erbij rekent. Er is echter licht aan het einde van de tunnel. Mijn verwondering was groot toen recent enkele collega's van de sp.a-fractie in het Parlement een wetsvoorstel indienden waarbij onderborden nu wel zouden worden toegelaten. Mijnheer de minister, mijn verwondering was nog groter toen u liet blijken dit voorstel genegen te zijn. Voor alle duidelijkheid, ik ben het ook volledig eens met dat voorstel en zal het indien nodig voor de volle 100% steunen. Het was misschien iets galanter geweest indien uw sp.a-collega's dat wetsvoorstel aan mij ter ondertekening hadden voorgelegd, maar dat doet nu niets terzake. Er is echter een probleem. De steden en gemeenten kregen de opdracht de schoolomgevingen die zich situeren aan wegen die zij beheren vóór het begin van het schooljaar 2005 te signaliseren als zone-30. Veel gemeenten zijn momenteel bezig met het opmaken van hun begroting. Het zou gek zijn mocht het wetsvoorstel pas binnen enkele maanden zou worden goedgekeurd. Dan is immers alles al voorbij. De gemeenten hebben op dit moment behoefte aan duidelijkheid. Een aantal gemeenten heeft ook reeds in die tijdelijke borden geïnvesteerd. Mijn vraag is eenvoudig. Kunt u duidelijkheid verschaffen aan de gemeenten, eventueel per omzendbrief of op een andere manier, wat er gaat gebeuren zodat zij hun begroting op een deftige manier kunnen opstellen. Ik heb nog een aantal punctuele vragen, maar ik denk dat ik het hierbij kan laten.


Minister Renaat Landuyt: Het signaal dat ik heb gegeven na de bekendmaking van het wetsvoorstel, is dat ik opensta voor vereenvoudiging waar vereenvoudiging kan. Maar hoe kan men de variabiliteit aangeven? Kan men dat alleen met een elektronisch bord of is er een andere veilige methode? De suggestie van een onderbord is hier vlug gedaan. Ik ben daar in principe niet tegen, maar ik hoop dat iedereen tijd genoeg heeft om de uren te lezen die op het bord staan. Daar begint de discussie dan al. In die zin is mijn houding vandaag dat ik het de gemeenten niet moeilijker zal maken dan het al is. Ik zal van de regels afblijven, tenzij er een ruime consensus is bij de gespecialiseerde wetgevers voor een aantal vereenvoudigingen. Ik sta dus open voor vereenvoudigingen in de zone 30. U mag mij niet verkeerd begrijpen, ik ben een groot voorstander van de zone 30. Ik vermoed dat de Mijnheer Anthuenis, hoe open ik er ook voor sta om de zone 30 op een voor de gemeenten goedkopere manier te realiseren, de methode blijkt niet zo maar voorhanden te zijn.

Filip Anthuenis (VLD): Mijnheer de minister, het is de bedoeling om hierover duidelijkheid te krijgen voor de gemeenten. Er is geen discussie dat in een schoolomgeving zone 30 van toepassing moet kunnen zijn. De vraag hier is of het realistisch is om op bepaalde doorgangsbanen een zone 30 af te bakenen als er geen les is of als de school bezig is. U zegt zelf dat het beter is om een tijdelijke zone te maken. De gemeenten zijn bij ministerieel besluit verplicht om tegen 1 september 2005 van alle schoolomgevingen zone 30 te maken. Aangezien zij hun begrotingen de komende twee maanden moeten opstellen, moeten zij duidelijkheid krijgen. Ik heb begrepen dat er in die periode geen wetgevend initiatief tot stand zal komen, noch in het Parlement, noch in de regering. Dat betekent wel dat de gemeenten, als zij tijdelijke zones willen, zware investeringen moeten doen. Ik ben daartegen. Hoe dan ook is het in tegenstelling tot het voorstel van de sp.a. Dat speelt hier nu geen rol. De vraag is er vooral een naar duidelijkheid. Mijnheer de minister, heb ik uw verklaringen goed samengevat?


Minister Renaat Landuyt: Ik wil wel, maar ik krijg geen praktisch middel om het te realiseren. Ik sta open voor goede suggesties. Dat is mijn houding. Ik ben op dit vlak principieel: men hoeft geen extra kosten te maken waar het niet nodig is. In uw voorbeeld van een grote doorgangsweg, mijnheer Anthuenis, moet men zeker met een elektronisch bord goed signaleren dat de zone 30 geldt. Al is het een grote inspanning, het doel is wel belangrijk: de veiligheid van de kinderen.

 

Bron: Integraal verslag Commissie voor Infrastructuur