Naar aanleiding van beleidsverklaring premier Verhofstadt
Anthuenis tevreden met hervorming
brandweer en civiele bescherming

De ramp in Gellingen, maar dichter bij huis ook de recente gasontploffing in Lokeren, heeft op dramatische wijze aangetoond hoe gevaarlijk en belangrijk het werk is van onze brandweer en civiele bescherming. De VLD-Kamerleden en burgemeesters Filip Anthuenis (Lokeren), Guido De Padt (Geraardsbergen) en Yolande Avontroodt (Schilde) juichen de maatregelen toe die de regering wenst te nemen om de civiele bescherming te hervormen.

 

De onschatbare rol van de vrijwillige brandweerlieden voor onze samenleving kan volgens de Lokerse burgemeester Filip Antheunis niet sterk genoeg benadrukt worden. Na de hervorming van de politiediensten is dan ook de tijd aangebroken om de civiele veiligheid aan te passen aan de hedendaagse noden en behoeften. De beleidsverklaring van Premier Verhofstadt laat er geen twijfel over bestaan dat de regering van deze hervorming werk wenst te maken, aldus Anthuenis en zijn collega's.

Budgetverhoging

Dat het budget voor de civiele veiligheid de komende twee jaar zal groeien met ruim 15% stemt de VLD-Burgemeesters zeer tevreden. Deze budgetverhoging geeft immers de nodige financiële ademruimte om een aantal hervormingen door te voeren: het doorbreken van de indexeringsstop, de investering in nieuwe kledij en de administratieve versterking, de verhoging van het budget voor de kosten van speciale interventies en een drastische verhoging van de investeringen in opleidingen voor de brandweerdiensten, het heroprichten van het Fonds ter aankoop van materiaal voor de gemeenten, … Tenslotte wordt ook een fiscale vrijstelling van de vergoeding voor vrijwillige brandweerlieden en ambulanciers substantieel opgetrokken en wordt er in een sociale bescherming voorzien.

Wat de burgemeesters nog het meest verheugt is de intentie van de regering om werk te maken van het sociaal statuut van de vrijwilligers bij de brandweer en de Civiele bescherming: ‘Zonder het statuut van vrijwilliger in vraag te willen stellen, de dualiteit vrijwilliger-beroeps levert immers een belangrijke bijdrage aan de efficiëntie en de maatschappelijke relevantie van de dienstverlening, dringt een oplossing voor deze anomalie zich zeker op.'