november 2008

Burgemeester Filip Anthuenis reageert op verontrustende berichten over Lokeren

‘Niks politiestaat, wel gezellig stadje in dorpsformaat’

Recent verschenen een aantal artikels in de pers die de indruk zouden doen kunnen ontstaan voor de buitenwereld dat in Lokeren de politiestaat van kracht is. ‘Lokeren heeft geen preventiebeleid meer’, ‘In de zomer patrouilleren hier elke dag agenten te paard’, ‘Op elke gemeenteraad vraagt de politie extra middelen, en het ergste is dat ze die ook altijd krijgen’, ‘In Lokeren is er geen enkele fuifzaal voor de jongeren’,… Het zijn maar enkele gevleugelde en overigens volledig foutieve uitspraken.

De schuld voor dat ‘repressief beleid’ schuift men in de schoenen van de korpschef, de heer Patrick Trienpont, en men speelt hem rechtstreeks uit tegen de burgemeester. Om alle misverstanden uit de wereld te helpen: de korpschef en ik zitten nog steeds op dezelfde golflengte. Samen voeren wij een consequent veiligheidsbeleid uit in Lokeren. Jammer dat noch hij, noch ikzelf om een reactie werden gevraagd.

Maar nu: de feiten.

Vanzelfsprekend wordt een stad van 38.000 inwoners geconfronteerd met een bepaalde veiligheidsproblematiek, die zich overigens in Lokeren een 10-tal jaren geleden - ten tijde van het nuloverlast-project -  veel scherper stelde dan nu. Toen lag de criminaliteitsgraad in Lokeren nog 16% hoger dan het gemiddelde van het gerechtelijke arrondissement. Ondertussen zit Lokeren perfect in de buurt van dat gemiddelde. Dat heeft uiteraard te maken met de zeer goede en professionele werking binnen het – recent uitgebreide - Lokerse politiekorps. Maar dat heeft evenzeer te maken met de vele preventieprojecten die in Lokeren lopen, met buurtwerking en maatschappelijk opbouwwerk in dichtbevolkte wijken. Met case-management bij problematische opvoedingssituaties. Met het nieuwe Nero-project dat tracht te voorkomen dat jongeren al te vlug bij justitie terechtkomen. En met een nieuw camera-project in de centrumstraten van Lokeren.

Om volledig te zijn toch ook even vermelden dat er wel degelijk fuifzalen in Lokeren zijn, dat de stad zelf concrete plannen heeft om een polyvalente zaal (mét fuifzaal) te bouwen én dat jeugdhuis T-club – die in het bewuste artikel klaagden omtrent een gebrek aan ondersteuning vanwege de stad -  elk jaar gesubsidieerd wordt door de stad om een personeelslid uit te betalen.

Laat ons nu, verdorie, met z’n allen blij zijn dat Lokeren een gezellig stadje is. Want daar lijken we het allemaal over eens te zijn. Lokeren is en blijft een stad in vestzakformaat die alle stedelijke faciliteiten combineert met de gemoedelijkheid van een dorp. We hadden het slechter kunnen treffen.