Verwezenlijkingen als burgemeester
Strijd tegen verkrotting wordt opgevoerd

Door de sterk veranderde Vlaamse regelgeving over de strijd tegen leegstand en verkrotting, heeft de stad Lokeren de overeenkomst over het beheer van de inventaris van leegstaande en verkrotte woningen en gebouwen opgezegd. Deze beslissing werd genomen door de gemeenteraad op 25 oktober 2004.

De strijd tegen de verkrotting kan, volgens het stadsbestuur, op een efficiëntere manier geregeld worden via een eigen gemeentelijk reglement. Samen met een 20-tal steden en gemeenten uit Vlaanderen en onder de coördinatie van de Vlaamse Vereniging van Steden en Gemeenten werd een modelreglement uitgewerkt dat vooral gebaseerd is op het decreet van vóór de ingrijpende wijzigingen.

Belasting op woningen en/of gebouwen en/of kamers die beschouwd worden als onbewoonbaar, ongeschikt, verwaarloosd

Een woning of gebouw komt in aanmerking voor de belasting in één van volgende situaties:

- ongeschikte en/of onbewoonbaar verklaarde woningen en/of kamers
- verwaarloosde woningen en/of gebouwen
- woningen en/of gebouwen waarvoor saneringswerken werden opgelegd, een besluit tot woonverbod of een bevel tot slopen is uitgesproken

Het reglement voorziet in voldoende vrijstellingen voor o.a. nieuwe eigenaars (voor een termijn van 2 jaar), eigenaars die renovatiewerken uitvoeren (voor een termijn van max. 3 jaar), e.d.

Voor eigenaars met één enkele eigendom gelden specifieke vrijstellingen. Voor eigendommen die getroffen zijn door bepaalde overheidsmaatregelen zoals onteigeningen, geldt ook een specifieke vrijstelling.

Het opzet van dit reglement is in de eerste plaats bedoeld als huisvestingsinstrument en niet als fiscaal instrument waar de nadruk ligt op het innen. De ervaringen leren namelijk dat de inning meestal het moment is voor de eigenaar om effectief te handelen. De administratieve procedure toont voldoende aan dat de nadruk van dit reglement wel degelijk op het realiseren van een bepaald huisvestingsdoel ligt.

Het belastingstarief bedraagt 5 euro per m² bebouwde oppervlakte, vermenigvuldigd met het aantal bouwlagen. Het aantal bouwlagen dat in aanmerking wordt genomen is het aantal bouwlagen van de woning of gebouw die meer bedragen dan 50% van de oppervlakte op het gelijkvloers. De minimumaanslag bedraagt 500 euro.

Premie voor het slopen van krotwoningen

In 1991 voldeed in Lokeren ruim 18% van de woningen niet aan de normen van minimaal comfort. Uit de cijfers van de bevolkingsenquête die in 2001 werd georganiseerd blijkt dat de globale toestand in Vlaanderen er op vooruit is gegaan. Minder dan 10% zou momenteel nog altijd niet voldoen aan de normen van minimaal comfort. Deze daling heeft ongetwijfeld te maken met de vele inspanningen die op alle bestuursniveaus werden ondernomen. Anderzijds moeten we opmerken dat de gegevens 1991-2001 niet volledig vergelijkbaar zijn omdat ze op een andere manier werden verzameld.

De strijd tegen de slechte woningen is door het stadsbestuur als een absolute beleidsprioriteit gesteld bij het begin van de bestuursperiode. Bij het toepassen van de procedure woonkwaliteitsbewaking draait Lokeren bij de koplopers in Vlaanderen. Het voorbije jaar werden meer dan 60 woningonderzoeken uitgevoerd om na te gaan of de woonkwaliteit voldoet aan de geldende normen. In meer dan 85% van de gevallen waren er ernstige inbreuken op de normen van veiligheid, gezondheid en woonkwaliteit.

Het doel is om zoveel mogelijk woningen in orde te brengen met de kwaliteitsnormen of wanneer dit niet gebeurt, deze te laten slopen. In de praktijk blijkt dat veel eigenaars kiezen voor het ‘oplappen' van de woning maar structureel blijft de woning een slechte woning. Vocht- en verluchtingsproblemen worden vrijwel niet opgelost. Hoe drastisch het ook mag klinken maar op langere termijn is het slopen van dergelijke woningen meestal de beste oplossing om de woonkwaliteit te bewaken en het straatbeeld te verfraaien. Via de premie voor het bouwen van een nieuwe woning nadat een krotwoning werd gesloopt en de belasting op onbebouwde gronden zijn er voldoende instrumenten aanwezig die er voor moeten zorgen dat deze openingen van korte duur zijn.

Het stadsbestuur wil daarom het slopen van slechte woningen financieel aanmoedigen. Wie een slechte woning sloopt kan een premie van 2.500 euro krijgen. Als de premieaanvraag het slopen van meerdere aan elkaar palende woningen betreft, wordt vanaf de tweede woning een slopingspremie toegekend van 1.500 euro per woning.
De premie wordt pas definitief toegekend en uitbetaald op voorwaarde dat het terrein waar de krotwoning is gesloopt ten opzichte van het openbaar domein met een ondoorzichtige afsluiting is afgesloten.

Premie voor het bouwen van een woning nadat een krotwoning werd gesloopt

Wie als eigenaar van de ‘premie voor het slopen van krotwoningen' heeft genoten kan een bijkomende premie krijgen als hij nadien op dezelfde plaats een nieuwe woning bouwt en er zelf in gaat wonen. Deze bouwpremie kan enkel aangevraagd worden als de aanvrager een meerderjarig natuurlijke persoon is.

Het stadsbestuur wil met deze specifieke voorwaarden het bouwen van nieuwe woningen financieel aanmoedigen. Wie een nieuwe woning bouwt nadat hij eerder al op dezelfde plaats een krotwoning heeft gesloopt en hiervoor de gemeentelijke slooppremie heeft genoten, kan een premie krijgen van 1.500 euro.

De premie wordt toegekend zodra de nieuwbouwwoning is bewoond door de aanvrager-premiebegunstigde, wat blijkt uit de inschrijving in het bevolkingsregister.

In de begroting 2005 is voor deze premie en de premie voor het slopen van een krotwoning een gezamenlijk krediet voorzien van 100.000 euro.