Professor Rik Torfs en senator Filip Anthuenis organiseerden colloquium

Stilstaan bij kerk, staat en vrijheid van religie

Professor Kerkelijk Recht en mediafiguur Rik Torfs nodigde samen met senator Filip Anthuenis (Open Vld) een aantal eminente sprekers uit de academische wereld uit in de Belgische senaat voor een colloquium. Het onderwerp waar het internationale gezelschap zich, die tiende juli 2008, over boog was ‘Church & State and Religious Freedom in the 21st century: how can Religion contribute to Peace and Security ? Emerging Religions and educational Challenges.’

g

Na inleidende woordjes door senator Anthuenis (lees de speech hier na) en Minister van Staat Herman De Croo opende professor Torfs het colloquium.  ‘Dat dit colloquium hier in de senaat doorgaat is niet lukraak’, opperde de professor. ‘Het is juist dat religie een private aangelegenheid is, maar het is dat niet in zijn gevolgen. Het zich bekennen tot een godsdienst en de gemeenschap, het zijn geen gescheiden dingen.’ Torfs verwees hiermee onder meer naar het feit dat godsdienst(en) door de staat worden gefinancierd, of dat er gebouwen voor de eredienst worden door beschikking gesteld.

                     

Onmiddellijk daarna stond Peter Petkoff van de universiteit van Oxford stil bij de vrijheid van religie en de mensenrechten. Waar vinden beide principes hun oorsprong ? Recep Senturk van de Faith University in Istanbul, Turkije, had het over mensenrechten in de Islam. ‘De Islam als godsdienst, de islamitische filosofie, wetenschap en wetten zijn een deel van de Westerse traditie’, betoogde hij. ‘Er zijn binnen de Islam twee strekkingen te onderscheiden’, ging hij verder, ‘een humanistische universele strekking en één die zich richt tot de burgers van de moslimstaat.’ Senturk nam het op voor de eerste strekking, daarin ‘wordt de mens door zijn opperwezen getest. Dat betekent dat de mens vrij is maar… zijn rechten verliest van zodra hij die van een ander schaadt. ’

Javaid Rehman, Pakistaan van oorsprong en professor aan de Brunel University in Londen, ging door over de Islam, over migratie en opkomend fundamentalisme. ‘Het is niet realistisch om te denken dat Fort Europa in stand kan gehouden worden. Migratie is van deze tijd’, klonk het. ‘Waar het op aan komt is dat mensen van om het even welke gemeenschap zich gelijkwaardig voelen aan de andere. Een globale visie die op objectiviteit is gebaseerd kan daartoe bijdragen.’

Marc Devos van het Itinera Institute in Brussel ontplooide een persoonlijke visie op de dingen. ‘Bij integratie is relativisme van geen tel’, argumenteerde hij. ‘De filosofie dat alles kan en mag heeft niet gewerkt. ‘Burgerschap is hierbij een sleutelwoord.’ Devos opperde dat de rechten van de mens het kader moeten zijn waarbinnen de discussie moet gevoerd worden. ‘Islamic  law is voor mij een contradictio in terminis’, argumenteerde hij fel. ‘Het kader - de rechten van de mens -  is er, ik zou niet weten waarom we oefeningen zouden moeten maken om het warme water opnieuw uit te vinden.’

Simona Santoro en Barry Van Driel (OSCE Warschau en Brussel) stelden het Toledo project voor, het resultaat van een uitgebreide studie om het onderwijzen van religies in goede banen te leiden. ‘Onze aanpak is complementair met andere inspanningen’, vertelden ze. ‘Degelijke educatie kan schadelijke misverstanden vermijden.’ Beide onderzoekers pleitten voor een neutrale aanpak, niet gestuurd vanuit een welbepaalde religie.

Eileen Barker van de London School of Economics heeft uitgebreide sociologische studies gedaan naar nieuwe religieuze bewegingen en kwam daar honderduit over vertellen. Haar boodschap was duidelijk: ‘Gooi niet alles op een hoopje en neem niet te snel het woord sekte in de mond. Veralgemeningen zijn uit den boze.’

Vervolgens nam professor Torfs, hoogleraar aan de Leuvense Universiteit het woord. ‘Waarom niet overgaan tot contractueel vastgelegde religieuze vrijheid’, vroeg hij zich openlijk af. ‘Wanneer religies een contract met de staat afsluiten zou dat betekenen dat ze de waarden van de staat accepteren. In ruil daarvoor zouden ze financieel kunnen gesteund worden of ondersteuning kunnen krijgen. Uiteraard kan dit niet worden opgelegd. Als we een stapje verder gaan zou dit kunnen betekenen dat enkel die imams gefinancierd worden op voorwaarde dat hun onderricht door de staat werd erkend, of nog een stapje verder dat de interne werking kan worden gecontroleerd. (Bijvoorbeeld op de discriminatie van de vrouw of de rechten van het kind) Extra steun zou kunnen aangewend worden voor groeperingen die bijdragen tot de interreligieuze dialoog.’

Professor Cole Durham van de Brigham Young Gates University in Utah USA, tenslotte hield een pleidooi voor een onafhankelijk Instituut  als monitor om religieuze vrijheid in de gaten te houden. Hij dacht hier bijvoorbeeld aan een Interuniversitair Instituut. Hij was verder van oordeel dat correcte toepassing van de strafwet afdoende is om alle mogelijke misbruiken te beteugelen en dat wetgeving die specifiek bepaalde groepen van onze samenleving beoogt uit den boze is.

Foto's: Giovanni Van Avermaet