Februari 2007
‘Blijvende aandacht voor de vrijwillige brandweer’

Volksvertegenwoordiger Filip Anthuenis is als burgemeester van de stad Lokeren goed geplaatst om de waarde van de brandweer en de civiele veiligheid in het algemeen naar waarde te schatten. “Wat me als burgemeester het meest bijblijft, dat is het optreden van de brandweer”, vertelt Anthuenis. “Onze brandweer bestaat uit vrijwilligers, maar de professionaliteit, de daadkracht, de burgerzin en de discipline die onze brandweerlui aan de dag leggen is gewoon buiten categorie.” Filip Anthuenis doet er bijgevolg alles aan om de werking van de brandweer te optimaliseren en volgt de brandweerhervorming in de Kamer op de voet.  

 

“In de nasleep van de gasramp in Gellingen hebben onze Belgische brandweerverenigingen terecht de alarmklok geluid en de roep naar modernisering uitgeschreeuwd”, zegt Anthuenis. “De voorbije maanden werd in de Commissie Paulus een wetsontwerp voorbereid omtrent de hervorming van de brandweer. Hierbij werd uitgegaan van het feit dat de burger recht heeft op de snelste en meest adequate hulp en dat alle burgers recht hebben op eenzelfde basisbescherming. De commissie heeft krachtig gepleit voor een duidelijke rechtspositieregeling, zowel voor de beroepsbrandweerlui als voor de vrijwilligers, niet onbelangrijk.”

Vrijwilliger

“In verband met het vrijwillig brandweerpersoneel kan niet genoeg worden benadrukt dat het belang van de vrijwilliger niet kan en mag onderschat worden”, vervolgt Anthuenis. “Integendeel, iedereen is overtuigd van het ontzaglijk belang van de vrijwilligers voor wie en goed doordachte, evenwichtige rechtspositieregeling moet worden uitgewerkt. Die mensen verzetten bergen werk, ik word er in mijn stad elke dag mee geconfronteerd.”

Werkgever

“Aandacht moet uitgaan naar de relatie met de hoofdwerkgever van de vrijwilliger, met wie afdwingbare afspraken moeten kunnen worden gemaakt m.b.t. de beschikbaarheid van zijn werknemer voor brandweeropdrachten en de eventuele compensaties”, aldus Anthuenis. “Een studie (van de VVSG) heeft immers uitgewezen dat het merendeel van de korpsen nog maar net voldoende gemotiveerd personeel heeft om die dienstverlening aan te bieden. Het probleem van de combineerbaarheid met de dagtaak stelt zich hierbij scherp.”