Filip Anthuenis over (meer dan) 10 jaar burgemeesterschap

'Fitter dan ooit'

Het onderstaande interview verscheen eerder in het boek 'Verdienstelijk Lokeren'. Filip Anthuenis interviewde voor dat boek de 15 'Meest verdienstelijke Lokeraars'. In het  nawoord draaide hij de rollen om en liet hij zich interviewen over 10 jaar burgemeesterschap door zijn medewerker Giovanni Van Avermaet.  Het interview vond plaats op de plek waar het idee voor het boek ontstond: café Den Bokser. Op dat moment werd op de markt nog druk gewerkt, de nieuwe markt kreeg er stilaan vorm. Binnen schalde Roy Orbison door de luidsprekers, maar dat belette beide heren niet om een flink gesprek aan te knopen. 

Giovanni: Je bent nu tien jaar burgemeester van Lokeren, wat doet dat met een mens. Ben je het nog niet beu ?

Filip: (lacht) Absoluut niet. Tien jaar geleden ben ik in een avontuur gestapt waar ik wel iets van afwist omdat mijn vader burgemeester was geweest, maar van heel veel zaken had ik gewoon geen benul dat ik er ooit mee geconfronteerd zou worden. Het is een avontuur, dat zeker, maar ik vind het een eer om als rasechte Lokeraar burgemeester van deze mooie stad te mogen zijn.

Giovanni: Is het ambt in die laatste tien jaar eigenlijk veel veranderd ?

Filip: Zeker. Tientallen keren heb ik het al tegen mijn vader gezegd: ‘Als jij nu op mijn stoel zou zitten, je zou je een bult verschieten !’

 

Overreglementering

Giovanni: In welke zin ?

Filip: Ik ga een voorbeeld geven. Willy Delbruyère, de vroegere schepenbode liet meer dan 15 jaar geleden aan de toenmalige burgemeester weten dat de auto die hij op het werk gebruikte versleten was. ‘Maar, Willy’, antwoordde Hilaire Liebaut, ‘haal u nen anderen.’ Zo ging dat. Stel dat de huidige schepenbode, Mathias, vandaag een dergelijk vraag heeft, dan moet hij dat melden aan zijn diensthoofd, er moeten her en der adviezen worden gevraagd, er moet bij de eerstvolgende begrotingswijziging geld vrijgemaakt worden door de gemeenteraad, minimaal drie leveranciers moeten een offerte indienen, dan moet de ontvanger vervolgens een visum uitreiken en dan pas kan het schepencollege een beslissing nemen. En dan moeten we nog hopen dat er geen klacht ingediend wordt door een benadeelde leverancier. Al die reglementen zijn door de hogere overheden in het leven geroepen om misbruiken te voorkomen, maar de balans is volledig naar de andere kant doorgeslagen. Door de huidige overreglementering is het moeilijk geworden om op korte termijn oplossingen aan te reiken voor problemen die zich stellen.

Giovanni: Frustrerend.

Filip: Bwah, ik heb ermee leren leven. Nog een voorbeeld ? De mensen gaan er vanuit dat de burgemeester nog steeds den baas van de politie is. Niets is minder waar. Sinds de eengemaakte politie, de politiehervorming, mengen heel veel actoren zich met het politiegebeuren. Naast mezelf en onze korpschef Patrick Trienpont zetelen in het zonaal veiligheidsoverleg ook de procureur, de DirCo (directeur Coördinatie) en de DirJud (gerechtelijk directeur),… Al die mensen samen besturen een lokale politiezone. Met de brandweerhervorming, die momenteel aan de gang is, krijgen we ook daar hetzelfde verhaal. We evolueren naar structuren met meer niveaus, meer ambtenaren,… Op zich hoeft dat niet slecht te zijn, maar het komt de snelheid tot het nemen van een beslissing niet ten goede. Ik kan zo nog wel even doorgaan.

Giovanni: Is de burger mondiger geworden, of lijkt dat alleen maar zo ?

Filip: De burger is zeker mondiger geworden. Dat is op zich een goede zaak. Tegelijkertijd wordt er ook sneller naar juridische middelen gegrepen om tegen bepaalde beslissingen in te gaan. Dat kan bij de gouverneur, of bij een hogere administratie, of zelfs bij de rechtbank. Vandaar dat we als stadsbestuur elke beslissing heel grondig moeten motiveren. Probeer maar eens ergens een paaltje te zetten. Zelfs daar komt een pak specialisten bij kijken.

Giovanni: Daar had je het in het gesprek met Werner Hillaert ook over, inderdaad. Welke rol heeft het nieuwe gemeentedecreet dat door Vlaanderen werd uitgevaardigd (2005) hierin gespeeld ?

Filip: Ja, dat nieuwe decreet is geschreven met goede bedoelingen, zonder twijfel, net als de VLAREM-decreten, het bodemsaneringsdecreet, de codex Ruimtelijke Ordening, de wet op de overheidsopdrachten,… (lacht) Maar als je dat vanuit de praktijk bekijkt kan je niet anders dan stellen dat we aan het overreglementeren zijn. Vlaanderen en de federale overheid willen de gemeenten op elke mogelijk manier controleren. Ik pleit daarentegen dat de steden en gemeenten veel meer daadkracht en autonomie krijgen.

 

Georges en de cultuurshock

Giovanni: Laat ik nog eens op de burger terugkomen: die heeft duidelijk de nieuwe media ontdekt om zijn burgemeester aan te spreken.

Filip: Ja, mijn vader was de koning van het dienstbetoon. Ik heb ook mijn zitdagen waarop ik bereikbaar ben voor de bevolking. Buiten dat dienstbetoon, een brief en de telefoon was er niet veel voor de burger vroeger. Nu zijn er tal van elektronische middelen die de burger toelaten om snel, met enkele klikken op de computer, zijn grieven te uiten: e-mail, meldingskaarten op de website, Facebook, noem maar op. Daardoor krijgen we veel meer instroom, terwijl we minder mensen persoonlijk ontmoeten. Ik blijf erbij dat je door een persoonlijk gesprek de problematiek beter kan inschatten. Maar we proberen elke mail zo grondig mogelijk te beantwoorden. Daar moet overigens een hele administratie voor op poten worden gezet.

Giovanni: De drempel om zich tot de burgemeester of de administratie te richten is klein geworden.

Filip: Heel klein. Zeker met Facebook. Ik kwam nog niet zo lang geleden tot de vaststelling dat iemand me lid had gemaakt van een Facebook-groep die bij de stad aankloeg dat de werken in de H. Hartlaan te lang duurden, wat overigens juist was. Ik was dus lid van een groep die tegen mezelf en het stadsbestuur was gericht, zonder het goed te beseffen. Als mijn pa terug op de burgemeestersstoel zou gaan zitten, ik verzeker je dat wordt een cultuurshock.

Giovanni: Tien jaar burgemeester zijn, moet je dan tien jaar lang een allemansvriend zijn ?

Filip: Nee. Dat is niet meer mogelijk. Je kan niet voor iedereen goed doen. Maar iedereen mag tegen mij zijn gedacht zeggen, ik kan tegen een stootje. Maar de mensen moeten dan wel kunnen verdragen dat ik ook mijn mening op de zaak geef. Als er achteraf een beslissing genomen moet worden, zal ik alle pro’s en contra’s in overweging nemen. Aan die burger probeer ik dan beleefd uit te leggen hoe de beslissing is tot stand gekomen. Dat valt niet altijd in goede aarde. Toch probeer ik dat consequent op die manier te doen.

Giovanni: Is de combinatie van het burgemeesterschap – je hebt ook nog een mandaat in het Vlaams parlement - met een gezin haalbaar ?

Filip: Dat valt allemaal heel goed mee. Ik doe inspanningen om er voldoende te zijn voor mijn vrouw Katrien en voor Jeroen en Kaat. Zonder mijn protocolaire opdracht te verwaarlozen durf ik hier en daar wel eens een receptie overslaan. We sporten regelmatig met de kinderen. Jeroen wordt al wat groter. Die heeft al eens graag dat er niemand thuis is. (lacht) 

Giovanni: Rij jij bijvoorbeeld zelf je gras nog af ?

Filip: 't Zal wel zijn, maat ! Dat is een van de weinige huishoudelijke taken die ik op mij neem.

Giovanni: En de kinderen helpen met hun huistaken, zit dat er ook nog in ?

Filip: Ik breng Kaat elke morgen naar school. En ja,… Ik probeer de kinderen regelmatig te helpen met hun huiswerk, dat doe ik zeker. Jeroen zit nu in 't eerste middelbaar. Ik kan nog net volgen met zijn wiskunde (lacht).

Giovanni: Ik werk nu sinds 2003 voor jou, veel vakantie heb ik jou nog niet weten nemen.

Filip: Vakantie is er inderdaad niet zo veel. Al zeker niet in de zin van: op reis gaan. Ik ben geen grote reiziger. hoor. Als het gebeurt, regelt Katrien alles. Maar ik ga heel graag eens naar een stad. Niet om in musea te gaan lopenr, maar gewoon door de straten kuieren, een terrasje doen, mensen kijken. Parijs, Rome,… zegt het maar. Barcelona vond ik tot op heden de leukste stad die ik bezocht. Binnenkort trekken we eens naar Stockholm.

Giovanni: Zoals Marleen Temmerman of Bert Reniers voor langere tijd naar Afrika trekken, dat is niets voor jou ?

Filip: Nee, in dat opzicht lijk ik meer op Jan Cools, denk ik. Ik ben blij als ik na twee weken afwezigheid de afrit Lokeren zie opdoemen op de autostrade.

Giovanni: Als je vakantie neemt in je eigen stad, wat ook gebeurt, dan ben je toch nooit burgemeester-af , ook niet als je op de Lokerse Feesten een concert meepikt of naar het voetbal gaat ?

Filip: In het begin was dat publieke leven wel wat wennen. Maar na tien jaar kan je daar wel mee om.

Giovanni: Stel dat je geen burgemeester was, waarmee zou je dan je dagen vullen, denk je ? Of laat ik het anders vragen: wiens carrière van de vijftien Lokeraars die je hebt geïnterviewd zou het dichtst bij jou aansluiten ?

Filip: Mocht ik geen burgemeester meer zijn, dan zou ik een bedrijfje proberen oprichten. Gewoon iets creatiefs uit de grond proberen stampen. Nu weet ik ook wel dat dat niet zo
eenvoudig is en dat daar hard moet voor gewerkt worden. Maar ik zou het er zeker op wagen. Roger Lambrecht sluit daar het dichtst bij aan.

 

Impulsief

Giovanni: Eventjes terug naar de politiek, misschien. Na het interview met Roger Lambrecht liet je je ontvallen dat jullie in het verleden wel eens hoog oplaaiende discussies hebben gehad. Speelt jouw temperament soms nog op ?

Filip: Een mens wordt zachter. Ik ben op jonge leeftijd, als jongeman, met heel uitgesproken meningen, burgemeester geworden. Ik was soms iets te impulsief toen, dat geef ik toe. Het is niet nodig om mensen tegen de borst te stoten. Roger was toen ook nog tien jaar jonger, vergeet dat niet: het durfde al eens knetteren. (lacht) Ook over de adviesraden had ik toen een uitgesproken mening: dat waren in mijn ogen advies-raden, raden die advies gaven aan het beleid. Ik was daar toen veel te categoriek in. Ondertussen weet ik dat we het engagement van die mensen moeten toejuichen en moeten ernstig nemen.

Giovanni: Negentig procent van de agendapunten tijdens een schepencollege hebben niets met beleid te maken.

Filip: Dat is zo. Het zijn veelal bouwvergunningen waar –alweer- de spelregels zo strikt zijn dat er geen enkele vorm van speling mogelijk is. Langs de andere kant mag men zich niet blindstaren op het aantal besluiten dat een stadsbestuur neemt. Het is gelukkig wel nog altijd zo dat het schepencollege, en de gemeenteraad, de lijnen uittekent van het beleid, en ook de prioriteiten legt. En behalve de reguliere werkingskosten, beslissen zij ook waar het belastingsgeld van de mensen naartoe gaat en waarin er wordt geïnvesteerd.

Giovanni: Wat moeten we onthouden van de voorbije tien jaar, waar ben je trots op ?

Filip: Ik zou een hele waslijst kunnen opnoemen, maar ga dat niet doen. Er werd heel hard gewerkt in Lokeren de voorbije jaren. In het centrum, maar ook in de wijken. Als de Lokeraar eens eerlijk rondkijkt, ziet hij dat. Natuurlijk zijn er ook zaken die je niet ziet. Zo werd er heel hard ondergronds gewerkt om de Lokerse waterhuishouding aan te pakken, bijvoorbeeld.

Giovanni: Ben je zelf tevreden van de manier waarop je het hebt aangepakt ?

Filip: Men kan veel zeggen van mij en van het stadsbestuur, maar niet dat we hebben stilgezeten, denk ik, de voorbije jaren. We hebben in ieder geval onze verantwoordelijkheid genomen. Ik vind dat Lokeren erop vooruitgegaan is. Ik ben tevreden. Stiekem een beetje trots zelfs.

Giovanni: Het werk is nog niet af ?

Filip: Zeker niet. Het werk moet verdergezet worden. We hebben de afgelopen jaren vele nieuwe fietspaden gelegd, maar langs de Durmedijken en de spoorlijn Gent-Antwerpen kunnen er nog vele kilometers bij. We zijn blij en fier dat we nog een autonoom ziekenhuis hebben, maar we moeten de modernisering verderzetten om mee te zijn met de andere spelers in het ziekenhuislandschap. Inzake economische bedrijvigheid komt Lokeren met zijn textielverleden uit een diep dal, onze industrieparken floreren als nooit tevoren, maar we moeten nog verder uitbreiden om de werkende Lokeraar nog meer werk in eigen stad aan te kunnen bieden.

Giovanni: Aan plannen niks tekort.

Filip: (lacht) Heb je nog even ? We hebben enorme inspanningen gedaan voor ons stedelijk onderwijs dat nooit geziene successen boekt. Op school Spoele wacht ons nog een zware maar broodnodige investering in een nieuwbouwdossier. En we moeten natuurlijk blijven investeren in politie en brandweer, om onze stad voldoende rustig en veilig te houden. In het zuiden van de stad, op de Hoedhaarsite en de aanpalende straten, moet het openbaar domein echt wel verfraaid en vernieuwd worden. En als de jeugddienst verhuist naar het nieuwe complex aan de Sportlaan, komt er op de plek aan de Bergendries ruimte vrij voor een mooi residentieel project. Kom, uitdagingen en opportuniteiten genoeg. En ik vergeet nog een van de belangrijkste. We moeten ervoor zorgen dat onze stad de supergezellige bruisende sport-, cultuur- en winkelstad blijft die ze nu al is. Met binnen enkele maanden een mooie compleet vernieuwde markt.

Giovanni: De 15 verdienstelijke Lokeraars hebben in dit boek enkele voorzetten gegeven voor een toekomstig beleid.

Filip: Ik vind dat prachtig, de manier waarop zij meedenken over onze stad. Bepaalde zaken die werden voorgesteld zijn onmiddellijk te realiseren, andere iets moeilijker, om financiële of juridische redenen. Ik was het ook niet met elke beleidsdaad eens. Willy Linthout zou bijvoorbeeld het Diftar-systeem afschaffen. Dat zie ik bijvoorbeeld anders. Maar een andere visie op de dingen moet kunnen. Je leert daaruit.

Giovanni: Je kan en wil er gerust nog enkele jaartjes bijdoen ? Kan je dit tempo nog een tijdje volhouden, eigenlijk ?

Filip: Dat zal wel zijn ! Ik ben wat kilo's kwijt. Ik ben fitter en enthousiaster dan ooit om er verder tegenaan te gaan. Maar over al dan niet verderdoen beslissen de Lokeraars natuurlijk. Altijd. En maar goed ook. We zien het wel.