Senator Filip Anthuenis (Open Vld) is zinnens een wetgevend initiatief te nemen, in overleg met de ministers van Financiën en van Ondernemen en Vereenvoudigen, om zgn. biocarburanten vanuit afval in aanmerking te laten komen voor accijnsvermindering. De aanleiding voor dit initiatief vond Anthuenis in zijn eigen stad Lokeren. Daar heeft het bedrijf Indinox een proces uitgewerkt dat toelaat gebruikte plantaardige of dierlijke (frituur) olie om te zetten in biodiesel, maar het stuit op heel wat weerstand.
’Ik heb de gelegenheid gehad het bedrijf Indinox een paar keer te bezoeken en van gedachten te wisselen met zaakvoerder Sam De Schepper’, vertelt senator Anthuenis. ‘Sam is erin geslaagd een innovatief bedrijf uit de grond te stampen met belangrijke perspectieven op bijkomende tewerkstelling in de regio. Het bedrijf is op dit ogenblik echter het slachtoffer, zoals vele kmo's in ons land, van 'regulitis', overdreven regelgeving. En dit terwijl een week geleden het Europese Parlement nog heeft gevraagd om de inspanningen voor het gebruik van biocarburanten op te voeren, met prioriteit voor procedés die geen voedselgewassen gebruiken. Met andere woorden: leve biodiesel uit afval.’
De productie van biodiesel (en ook bio-ethanol) staat vandaag de dag ter discussie. De “eerste-generatie-productie” verwerkt belangrijke grondstoffen (koolzaad, palm, soja, graan, maïs, suikerriet,…) met nadelige gevolgen zoals voedsel-schaarste in een aantal ontwikkelingslanden en een stijging van de prijzen van voedingsstoffen. Vanzelfsprekend vervallen deze nadelen indien er werk wordt gemaakt van de zgn. “tweede-generatie-productie”, de verwerking van reeds gebruikte (frituur)olie. 'Maar dan moet de overheid het geweer van schouders veranderen en meer openstaan voor dergelijke creatieve en innoverende productieprocessen', aldus Anthuenis.
Tewerkstelling
‘Een van de belemmeringen op dit ogenblik is de Belgische Wet op Biocarburanten (2006), die verminderde accijnsrechten enkel heeft toegestaan aan een viertal “eerste-generatie-producenten”, de facto een monopolie dus’, gaat Filip Anthuenis verder. ‘Zonder die verminderde accijnzen is biodiesel op dit ogenblik moeilijk leefbaar. Indinox wil frituurolie en andere dierlijke of plantaardige afval oliën en vetten recycleren tot biodiesel. Prachtig toch ? Dat het bedrijf hierbij op zoveel onvolkomenheden en tegenwerkingen is gestoten dat zij er bijna het hoofd bij verliezen is een jammere zaak voor de biodiesel in het algemeen, maar ook voor Lokeren en de regio. Met de productie van biodiesel zou het bedrijf immers op termijn zijn omzet kunnen verdubbelen en dat zorgt dan weer voor extra tewerkstelling. Daarenboven wordt er een zinnige bestemming gegeven aan de gebruikte frituurolie van onze burgers. Blijkbaar wordt daar op dit moment veel van versluisd naar Nederland’, aldus Anthuenis nog.
|